HISTORIEK VAN HET CAVALERIEKAMP:    de locatie van het MKOK

Vanwege de latente dreiging uit het rancuneuze Nederland, liet Leopold I in 1835 een militair kamp bouwen op de “Groote Heide” van Beverlo. Het gedeelte cavalerie omvatte amper een 12-tal kleine paardenstallen, met ietwat later een smidse.

Een eerste intensieve bouwperiode leverde eind 1848 plaats op voor 1929 paarden inclusief 3 paarden -verpleegzalen.

In 1913 kende het cavaleriekamp, onder impuls van minister graaf Charles de Broqueville, zijn grootste uitbreiding.
De capaciteit bedroeg nu 2944 logementen ondergebracht in 53 blokken, 2629 paardenstallingen in 34 stallen, 4 stafblokken, 8 messes, 4 keukens met kantine, een cinema, een manege en een was- en waadplaats voor paarden. Tijdens de grote manoeuvres kon het volume opgetrokken worden tot 3000 paarden en 10000 cavaleristen.

Tijdens WO I voltooiden de Duitsers de elektrificatie van het kamp, maar ze testten er ook, op de oefenterreinen, hun oorlogsgas yperiet, in de volksmond ‘mosterdgas’ genoemd.

Met de motorisering van de krijgsmacht in 1936 door Leopold III, werd het einde van de klassieke ruiterij ingeleid en derhalve ook de betekenis van het cavaleriekamp in de toenmalige vorm.

In mei 1944 bombardeerden de Britten Leopoldsburg, maar ze spaarden de K-blokken omdat ze wisten dat de Duitsers deze gebruikten als internerings - en doorgangskamp voor politieke gevangenen. Onder hen bevond zich de later tot ridder geslagen striptekenaar Marc Sleen.

Vanaf 1970 keerden de eenheden terug uit Duitsland. Daardoor werd de infrastructuur aangepast. Talrijke K-blokken werden gesloopt. Toen er ook sprake was van de opschorting van de militiedienst (= geen miliciens meer) onderkende Ray Verpoorten de nefaste gevolgen daarvan voor het behoud van de resterende K-blokken. Immers, de wederoproepingen zouden op termijn verdwijnen, meerdere eenheden werden ontbonden of het effectief werd gereduceerd. Gekoppeld aan gelijklopende budgettaire inkrimpingen, betekenden deze gegevens meer dan waarschijnlijk de totale afbraak van het cavaleriekamp. Ter voorkoming van deze totale afbraak vroeg Ray Verpoorten in 1991 een concessie aan de militaire overheid: een paar K-blokken, een kapel en het omliggende terrein; dit is thans het domein MKOK.

* Zo zag het cavaleriekamp er lange tijd geleden uit. Sommige blokken waren al in baksteen andere nog in leem opgetrokken. De wegen binnenin het kamp zagen er minder fraai uit.* 

De beginjaren waren voor het museum moeilijk; de verwerving van het patrimonium verliep traag en het aantal bezoekers bleef beperkt. Zodoende werd in 1996 besloten een vzw op te richten. Meerdere leden van de Toeristische Raad traden toe tot de vereniging. Langs die weg ontwikkelde MKOK een scala van activiteiten van eigen gemeentelijk tot internationaal karakter: de bevrijdingsfeesten, opendeur met thematentoonstellingen, samenwerking met Living History, ‘de vredessoldaat’, educatieve bezoeken voor scholen,…..
De laatste drie jaren bedroeg het bezoekersaantal nagenoeg 3600 per jaar.

Op 3 maart 2007 opende het MKOK zijn nieuw seizoen, na een intensieve werkperiode tijdens de winter. Het museum steekt bijna helemaal in een nieuw kleedje. Een gedreven ploeg van 20 onbezoldigde vrijwilligers staat klaar om de bezoekers op te vangen.

Het MKOK blijft het historisch patrimonium van het in België unieke cavaleriekamp voor het nageslacht bewaren uit hoofde van oprechte burgerzin.

* Hier zie je een escadron van de cavalerie met in het midden de "marketentster"; zij was de poets- en wasvrouw, de alom tegenwoordige hulp van de eenheid. Zij volgde haar eenheid op de voet, ook tijdens manoeuvres en schietoefeningen. *

 

  Een oefening HHOO in het Cavaleriekamp te Leopoldsburg - tussen de "K-blokken" - in de jaren zeventig.